Terra X Teaser
Larp Events

 

TerraX Logo3 mini

Boï, de dwergenkoningin, zuchtte diep. Tovenaars...


Greher boi1Ze vond ze verachtelijk en toch boezemden ze haar angst in. In die volgorde. En daarna verachtte ze zichzelf weer, omdat ze bang was voor zo'n achterbakse mooiprater. En dan vroeg ze zich af waarvoor ze eigenlijk bang was. Tegen de tijd dat ze zich realiseerde dat het was omdat een tovenaar, in tegenstelling tot zijzelf, niet bezig was met verachten en vrezen en verachten en afvragen maar in plaats daarvan zijn tijd nuttig gebruikte door zijn gesprekspartner te beschouwen en te doorgronden en daarmee al bij voorbaat in een hoekje te dringen – tegen de tijd dat ze zich dat realiseerde was het altijd weer te laat en zat ze in het hoekje. Om gek van te worden.


Zelf had Boï natuurlijk ook een paar tovenaars onder haar Savants, maar dat was het gewone soort. Huis-tuin-en-keukentovenaars, zogezegd. Daar hoefde je niet bang voor te zijn. Degene die zich nu liet aandienen echter was niemand minder dan de legendarische Archdruïde Greher. Misschien wel de grootste magiër van deze tijd. Ze zuchtte nog eens. 'Laat hem maar binnen,' beval ze de slaaf die het bezoek had aangekondigd. De slaaf – een oude ork, die niet meer in de mijn kon werken sinds een instortende gang zijn been had verbrijzeld – maakte een buiging en verliet de troonzaal. Even later zwaaiden de rijk-bewerkte deuren wijd open en een man trad binnen. Hij droeg een witte mantel; zijn baard was lang, maar nog niet geheel grijs. Een mens. Waarschijnlijk wel dertig jaar jonger dan Boï – die in dwergenjaren een broekie was – maar toch al over de helft van haar leven. Wat was het mensenvolk toch nietig en zwak! En toch - deze mens was een legende. In heel de bekende wereld spraken Savants, en zelfs Combatants, vol ontzag zijn naam uit. Zo'n piepkuiken en dan al zo befaamd... wat moest deze man wel niet voor geheimen kennen! Zoveel wijsheid, zoveel spreuken – en ook zo'n bliksemsnelle vaardigheid met de staf, als je de Combatants mocht geloven. Onwillekeurig vergeleek Boï zichzelf met de Archdruïde. Ze mocht zich koningin noemen, zeker, maar haar rijk was klein en wankel. Haar roem reikte niet veel verder dan vijf, zes dagreizen buiten haar grenzen. En dan nog kenden de meeste lieden haar vooral als 'de dochter van koning Ïak'. Trots zwol in Boï's boezem bij de gedachte aan de grote mijn Zurekh, waar haar vader heerste, de machtigste der dwergenheren, onaantastbaar in zijn rijkdom... Zou haar eigen mijn ooit die van haar vader evenaren? Zou ze ooit op voet van gelijkheid verkeren met de levende legenden van de wereld, zoals deze Archduïde?


'U bent nog jong, koningin...' zei Greher. Boï veerde op als door een slang gebeten. Het leek wel of deze tovenaar haar gedachten had gelezen. Kon hij dat? Er leek een zweem van een lach op te lichten in de ogen van de druïde toen hij de dwerg zag reageren op zijn woorden. '...en zoals alle jonge dwergen, bent u waarschijnlijk heet hoofdiger dan goed is voor een vorstin.' De onbeschaamdheid! Bijna was Boï in woede opgesprongen om de bezoeker, Arch-druïde of niet, een lesje te leren. Het enige wat haar weerhield was het besef dat haar daden dan juist Greher's gelijk zouden bewijzen.


'Een heethoofd?' gromde ze. 'Ik? Hoe durft u!' Weer leek die lach-die-geen-lach-was over het gelaat van de druïde te flitsen. 'We zullen zien,' zei Greher. 'Durft u een kleine weddenschap aan? Ik breng u een bericht – een bericht waar elke warmbloedige dwerg onmiddellijk op zou reageren. Durft u mij te zweren dat u twee dagen lang geen enkele actie zult ondernemen die met mijn bericht te maken heeft, maar gedurende die periode zult luisteren naar mijn raadgevingen? Daarna kunt u doen wat u goeddunkt.' 'Een vreemde weddenschap,' zei de koningin. 'Waar wedden we om?' 'Als u slaagt,' antwoordde de magiër met een stem die leek te gonzen van de echo's van het noodlot, 'zal uw faam die van uw vader tienvoudig overtreffen. Maar als u faalt, verliest u zowel uw rijk als uw leven. Alles wat u hoeft te geven is een beetje kalmte. Durft u het aan?' 'Natuurlijk,' snoof Boï. 'Kom maar op met dat bericht.'


'Zurekh is gevallen. Uw vader is gedood; zijn stad is verwoest.'


De wereld werd heel even duister. Het volgende moment – zo leek het, maar er moet enige tijd voorbij zijn gegaan – stond Boï haar wapenrustig aan te gorden, onderwijl haar stem schor schreeuwend in een wilde mengeling van bevelen, verwensingen en jammerklachten. Ze leek geen twee zinnen te kunnen zeggen zonder het woord 'wraak' in de mond te nemen. Pas toen ze haar harnas aan had, en overal rondom haar het lawaai klonk van een leger dat zich inderhaast gereed maakt voor vertrek, werd ze een beetje rustig. De Arch-druïde, zag ze plotseling, stond nog altijd op dezelfde plaats in de troonzaal. 'Vergeet u onze weddenschap niet, vrouwe?' 'Gaia's gloeiende gleuf, man! Dit is geen tijd voor stomme spelletjes!' Greher haalde zijn schouders op. 'Ik speel geen spel, vrouwe Boï. Ik wil u alleen herinneren aan de inzet: uw rijk en uw leven.' Met een verbijsterende snelheid stormde Boï op Greher af en greep hem bij de gordel. 'En hoe,' siste ze met een door woede verstikte stem, 'zou jij me die willen afnemen?' 'Ik?' antwoordde de druïde geamuseerd. 'Ik heb geen behoefte aan uw rijk, en ook niet aan uw leven. Maar u zult ze verliezen. Denk aan uw vader, de machtige Ïak. Een leger dat Zurekh kon verslaan, zoudt u daartegen stand kunnen houden?' 'En welk leger was dat?' vroeg de dwerg op koude toon. 'De Malformés? De Enfants Lumieres? De Cannibales?'


ORK 4491 1Greher haalde zijn schouders op. 'Één van hen, of iemand anders. Wat doet het ertoe? Ze worden allen bewogen door dezelfde hand.' Hij glimlachte bitter. 'Een onzichtbare hand. Weet u waarover ik spreek?' 'Geen idee,' bromde de dwerg. 'Dat zou me ook verbazen. Ik heb het over magie van het diepste soort. Een vernietigende kracht uit de tijd van de Anciens.' 'De... de Anciens?'


'Doe maar niet zo verbaasd. Ik weet waarop uw rijkdom is gestoeld, vrouwe Boï. Ik weet waarnaar u zoekt, in uw onderaardse gangen! En ik weet ook wie uw meest waardevolle vondsten koopt. Ja, zelfs dat weet ik! Ik ken vele geheimen. Kom, gesp uw harnas af! Geef me mijn twee dagen. Ik zal u vertellen wat ik weet en wat ik vermoed. Wellicht kan ik u zelfs een uitweg wijzen, opdat het droeve lot van uw vader u bespaard zal blijven.' Boïs linkerhand tastte naar de gespen van haar harnas. haar rechter overhandigde haar bijl aan de dichtstbijzijnde slaaf. 'Ik geef u uw twee dagen,' zei ze met zichtbare tegenzin. 'Als u mij binnen die tijd niet van uw sluwe plannen weet te overtuigen, marcheer ik af met mijn leger. Naar dood of naar glorie, dat is mij om het even. En ik waarschuw u alvast: dood en glorie zijn mij liever dan sluwe plannetjes en tovenaarsgekonkel.' 'Dat valt te verwachten, van een dwerg,' glimlachte Greher. 'We zullen zien of ik u op andere gedachten kan brengen...'